Wedstrijdregels Haagse Maatschappelijke Voetbal Competitie

De Scheidsrechter:

Het toepassen van de spelregels ligt in handen van de scheidsrechter / spelleider.

Aantal spelers en wissels:

Een complete ploeg in het veld bestaat uit een doelman en zes (6) veldspelers. In overleg kan ook acht (8) tegen acht (8) of negen (9) tegen negen (9) gespeeld worden. Wissels zijn onbeperkt toegestaan en mogen worden toegepast na toestemming van de scheidsechter. Het spel hoeft niet dood te liggen. De uitvallende speler moet eerst het veld hebben verlaten voordat en een vervanger het veld mag betreden.

Spelbegin:

Het spelbegin begint of wordt hervat in het midden van het veld. De tegenpartij moet een afstand van minimaal 8 meter in acht nemen.

Buitenspel:

De buitenspelregel is in principe niet van toepassing.

Uitzondering:

Staat een speler echter voortdurend voor het doel van de tegenstander terwijl het spel zich daar niet afspeelt en ontvangt hij de bal dan dient er voor buitenspel te worden gefloten, omdat er sprake is van buitensporig voordeel en onsportief gedrag. De tegenstander krijgt een indirecte vrije schop.

Strafschop:

De afstand tussen strafschopstip en de doellijn is 8 meter. Indien een werkelijke doelkans door overtreding (opzet) wordt ontnomen, dan kan er een strafschop worden gegeven. De keeper staat op de doellijn en mag deze pas verlaten vanaf het moment dat de strafschopnemer de bal raakt (na het fluitsignaal van de scheidsrechter).

 Achterballen:

  • Achterballen mogen door een doelman in het spel worden gebracht doormiddel van Trappen mag alleen vanaf de grond. Een overtreding van deze regel heeft een indirecte vrije schop tot gevolg voor de tegenpartij op de plaats van de overtreding.
  • Het hinderen van de doelman bij het uitwerpen is niet toegestaan.

Hoekschoppen:

Deze worden vanaf de hoeken genomen bij de achterlijn genomen.

Sliding:

Het maken van slidings is niet toegestaan.

De scheidsrechtersbal:

  • De scheidsrechter moet de bal van borsthoogte laten vallen. (dus niet stuiten, rollen of omhoog werpen)
  • De scheidsrechter moet beide partijen de gelegenheid geven om bij de bal aanwezig te zijn.
  • Als de spelers van een of beide partijen weigeren bij de scheidsrechtersbal aanwezig te zijn, dan moet deze normaal uitgevoerd te worden.
  • Een speler mag de bal niet aanraken, voordat deze de grond heeft geraakt. Als aan deze bepaling niet wordt voldaan, dan moet de scheidsrechter de bal opnieuw laten vallen.

Gele en rode kaart:

  • Spelbederf, onsportief gedrag, commentaar op de leiding en spelovertredingen kunnen worden bestraft met een gele kaart. Dit betekend een straftijd van 3 minuten.
  • Wanneer een speler tijdens 1 wedstrijd 2 gele kaarten ontvangt, is hij uitgesloten voor de verdere wedstrijd. Hij mag de volgende wedstrijd echter wel weer gewoon meedoen.
  • Gewelddadig optreden, het trappen naar of van een tegenstander/scheidsrechter, spuwen of het zogeheten “neerleggen” van een tegenstander/scheidsrechter, moet worden bestraft met een veldverwijdering (= een rode kaart). Afhankelijk van de zwaarte van de overtreding beslist de toernooileiding in samenspraak met de scheidsrechter of de desbetreffende speler voor een of meerdere volgende wedstrijden wordt uitgesloten.

Aankomst team:

Een half uur voor aanvang van de eerste wedstrijd, meldt de teambegeleider zich bij de wedstrijdleiding.

Tenslotte:

We hebben gezamenlijke starttijden. De scheidsrechter bepaalt echter middels een fluitsignaal het officiële einde van de wedstrijd.

Op het speelveld mogen zich alleen de spelers en de scheidsrechter bevinden. Coaches, begeleiders, verzorgers en of supporters mogen zich dus tijdens de wedstrijd niet zonder toestemming van de scheidsrechter tussen de spelers op het veld begeven.

Wedstrijd- en toernooileiding:

In die gevallen waarin dit reglement niet voorziet en direct een besluit moet worden genomen, beslist de organiserende vereniging na overleg met betrokken teams.